De herkomst van het woord ‘avond’

Meest recente posts

Wat of dat?

Dat en wat, ze lijken zo op elkaar, maar toch kun je ze niet zomaar door elkaar in een zin gebruiken. WAT?! Ja, dat dus!⁠

Lees verder »

Tijd waarin de duisternis intreedt

Ik denk dat we zelden zó vaak het woord ‘avond’ hebben horen vallen dan in de laatste paar weken. ⁠Je hoeft het nieuws niet aan te zetten of het gaat over de avondklok …

Deze post is dus een beetje tricky, want de kans bestaat dat je al braakneigingen krijgt bij het woord ‘avond’ alleen al. Toch waag ik het erop! ⁠

Het woord ‘avond’ bestaat al heel lang. In het Oudnederlands (zo rond de tiende eeuw) schrijft men het als ‘auont’ of ‘auonde’ en later, in het Middelnederlands, als ‘auent’ en ‘avont’. ⁠

Mogelijk zijn deze woorden afgeleid van het Oudengels, waar het als ‘æfen’ wordt geschreven. ⁠

In het Middelnederlands betekent het naast de hedendaagse definitie van ‘avond’ ook de ‘dag vóór een kerkelijk feest’. Deze betekenis is ontstaan naar de oude opvatting dat de dag met de voorafgaande avond begint. Lekker verwarrend dus …

Dit kon ook worden opgevat als de gehele dag vóór de feestdag, zoals in het Duits ‘Sonnabend’ (zaterdag), de dag vóór ‘Sonntag’ (zondag) dus; maar denk ook aan Kerstavond, oudejaarsavond (of het Engelse: ‘New Year’s Eve’), Sinterklaasavond, en in het Engels Halloween (‘All-Hallow-Even’, ‘Allerheiligenavond’).⁠

Bron: Etymologiebank