De bokkenpruik ophebben

Bokkenpruik ophebben spreekwoord ckx finetuningyourstory.com

Meest recente posts

Wat of dat?

Dat en wat, ze lijken zo op elkaar, maar toch kun je ze niet zomaar door elkaar in een zin gebruiken. WAT?! Ja, dat dus!⁠

Lees verder »

Op deze warme donderdag leek een spreekwoord over chagrijnig zijn mij wel toepasselijk!

Een pruik van stug bokkenhaar dragen met dit warme weer, als je daar niet chagrijnig van wordt, dan weet ik het ook niet meer. ⁠

Ironisch genoeg is dat overigens ook exact waar dit spreekwoord om draait: slechtgehumeurd zijn. ⁠

De uitdrukking stamt uit de achttiende eeuw, de tijd dat men nog van die grote witte pruiken droeg. Aan de manier waarop men de pruik ophad, kon afgelezen worden hoe het humeur was van de drager. Als je tenslotte goed gehumeurd was (goed gemutst!), dan had je ook zin om de tijd te nemen voor de manier waarop je voor de dag kwam. Had je echter een pokkenbui (bokkenbui?), dan pakte je die pruik, zette je hem snel op je hoofd, smeet nog wat poeder op je wangen en klaar! ⁠

Bokkenpruik komt hier trouwens niet van pruiken van bokkenhaar (dat was alleen voor het plebs), maar bok stond voor nors mens. ⁠

Varianten van dit spreekwoord zijn: de pruik op krijgen (boos worden); de pruik zit hem schreef (hij is uit zijn humeur) en goed of slecht gemutst zijn. ⁠

Bron: F.A. Stoett, Nederlandse Spreekwoorden en Gezegden, Zutphen: N.V. W.J. Thieme & Cie 1953